‘Hoooonderd, ik kom!’
Ze hoort Maartje van de werkplaats weglopen. Robert en Teun zitten vast achter de bosjes, dan zijn ze zo bij de bal. Zij heeft een nieuw plekje ontdekt, een kleine opening tussen de latten die hoog tegen de wanden staan. Verrukt snuift ze de geur van houtkrullen en zaagsel op.
Buiten trapt iemand de bal weg, Maartje moet opnieuw beginnen. Zij blijft lekker hier. Twee keer hoort ze de bal wegschoppen maar ze verandert niet van plaats. Het begint te schemeren. De buurvrouw gilt: ‘Binnenkomen!’
Het wordt stil. Zoekt er nog iemand? Ze gluurt om het hoekje, sluipt dan naar de deur. Door de raampjes valt het laatste licht naar binnen. Is er iemand die haar mist?


Ach nee. 🙁
Agossie. Goed geschreven!