Na de besnijdenis bleef het velletje van het acht dagen oude jongetje eenzaam achter op de besnijdenistafel. Maar niet lang: terwijl de Rabbi, de familie en alle genodigden genoten van de gefillte fisch en apfelstrudel met kaneel van tante Saar, legde de hond van buurman Moses zijn voorpoten op het verlaten tafeltje en slobberde het velletje brutaalweg op. Slechts één persoon nam het smulpartijtje van de hond waar; dat was de moheel, die zich daarop prompt in zijn vinger sneed. Waarop de Rabbi terecht, maar uit verkeerde overwegingen, besloot dat het tijd was een jongere moheel te zoeken.

Goed zeg, maar ik moest ‘moheel’ opzoeken.