‘Stripboeken spreken niet tot de verbeelding,’ zei moeder als familie op visite kwam. ‘Onze zoon leest al W.F. Hermans. Hè, jongen?’ – W.F. benadrukte ze.
‘Nee moeder,’ zei de jonge heer Vreeswijk dan; zij vatte dat op als een bevestiging. Hij verzon een list: van zijn nichtje Alida leende hij Kuifje in Tibet en smokkelde het boek met de mooie plaatjes onder zijn wolletje mee tot onder de dekens. Met een zaklantaarn verlichtte hij voorzichtig zijn donkere kamer en zienswijze met prachtige kleuren.
Toch werd de heer Vreeswijks fantasie het meest geprikkeld door een boek zonder plaatjes dat hij ook onder de dekens las. Herhaaldelijk.
‘Wat lees je, jongen?’ vroeg moeder. ‘Doe het licht toch aan.’
‘Oh, een boek over fruit.’


@Han. Laat me raden welk boek. Ik twijfel tussen Griekse olijven en Perzische pruimen.
@Ewald. Haha! Blijf maar raden.
@Han: “ontwikkelingen in donkere kamers…” (Toen ik de titel las, dacht ik dat heer Vreeswijk een fotografie-hobby had gevonden, haha.)
@Nele. Haha. Met de naam W.F. Hermans wordt het wel duidelijk?
@Han: gek genoeg viel het kwartje niet (meteen) door de naam, maar wel door het fruit… Haha.
@Nele. Haha. Ja, ’t zal niet…
@Han: De fruitkar van WF Hermans was misschien wel een voorzet voor het werk van Jan Wolkers? (Is bij deze genoteerd op mijn nog-te-lezen-lijstje.)
@Nele. Wie weet?
@Han: de spelers in het schrijversveld zijn niet zo duidelijk als in het voetbal omdat ze geen truitjes dragen met rugnummers op, maar ze zijn er wel… ?
@Nele. Dan kunnen er ook geen rode of gele kaarten worden uitgedeeld.