‘Dus uw vader sloeg u.’
De rustige stem herhaalt de stelling in steeds iets andere bewoordingen.
‘Niet dat ik me herinner,’ antwoord ik.
‘Hij sloeg u en sloeg u en u verdrong die gedachte.’
De divan is zacht, de stem en mijn liggende positie maakt dat ik bijna wegdommel.
‘Ik tel van drie naar één, dan weet u het weer. Drie, twee, één …’
In een flits zie ik het voor me. Een vuist, een klap, het hoofd van mijn vader.
‘Het is ook een klootzak,’ vervolgt de kalme stem, ‘ik ken hem maar al te goed. Hij moet dood.’
Dood, denk ik, dood.
Bij het afscheid geeft hij een dolk cadeau.
‘Doe wat u moet doen,’ hoor ik hem fluisteren.


Pakkende dialoog Hadeke. Wat ik … en wie ben ik … jammer vind is op het laatst hoor ik hem fluisteren. Die 120 woorden toch altijd, het haalt mij uit het ritme.
Dank @Levja. Ik houd me altijd maar vast aan het filosofisch kwartet ‘Frizzle Sizzle’ en hun ‘Alles heeft een ritme. 😉
Verschil van ritme geeft vaak mooie symfonieën. Jij bent de schrijver …