Op de plek waar de scootmobiel van mijn overleden buurvrouw altijd stond, zet een jonge vrouw haar scooter op de standaard en trekt met haar roodgelakte nagels routineus haar slipje uit d’r ‘gescooterde’ bilnaad. Ze doet een map onder haar arm. Haar verkooppraatje heeft ze vast al klaar. Ze zal een ‘EO-smile’ opzetten en zeggen: ‘Kijk eens wat een ruimte’ – tja, als je alle muren sloopt…
Ongetwijfeld zal ze wijzen op de aanbouw. Nee, niet die van haar buik, maar die waar de buren door het heien en breken maandenlang last van hebben gehad.
‘Hi.’ Met de door mij haar toebedachte glimlach begroet ze roodgeklauwd haar prooi. ‘… makelaar,’ zegt ze geheel overbodig. ‘Kijk eens, wat een ruimte! En die aanbouw.’


@Han. Haha, ‘gescooterde’ bilnaad. Die houden we erin.
Rood geklauwd zou ik als roodgeklauwd schrijven. Ik denk hierbij aan de roman ‘Ik kom terug’, van Adriaan van Dis. Citaat: ‘De potgrond had haar tot dier geschminkt, zwartgeklauwd, angstig, aangeschoten.’
@Ewald, dank je. Ik had het eerst aan elkaar geschreven, maar kon het zo nergens officieel vinden. Maar als Adriaan het mag…