‘Ik ga mee, maar alleen omdat het jouw moeder is.’
Dat moet ze er vooral bij zeggen. Met de pest in mijn lijf stappen we in de auto. Ik doe nog netjes het portier voor haar open.
‘Is er wat?’ vraagt ze. (Het gaat betrekken.)
‘Nee, hoezo?’ (Zon is verdwenen.)
‘Je bent zo stil.’ (Spetters op de voorruit.)
Ik probeer te anticiperen op wat er gezegd gaat worden. Maar het ‘weerbericht’ is onbetrouwbaar: je weet nooit uit welke windstreek de depressie zal komen. Ik zit straks klem tussen twee lagedrukgebieden.
De relatie met mijn moeder wil ik onderhouden, maar die met haar ook. Wegkijken is een tijdelijke oplossing tot het gaat bliksemen. Onweer zal volgen.
Was ik maar weer thuis.


Och, och… Ik krijg een beetje medelijden met je hoofdpersonage.
(Ik heb ooit eens een vriend gehad die een bokaaltje met schoonmoedersmoppen bijhield. Misschien heeft jouw hoofdpersonage wel twee bokaaltjes, eentje met schoonmoedersmoppen en eentje met partner-moppen… De liefde kan toch zo schoon zijn, hee? ?? )
lastig Han. Houd het stuur stevig in handen 🙂
@Nele. Haha! Een hele prijzenkast met bokaaltjes! Mijn ex-vriendin was een typetje dat toch vooral moest zeggen dat ze het voor mij deed. Bah!
@Kees. Dank voor de waarschuwing!
zo wordt elk bezoek een bezoeking!
@José. Je zou ze de kost moeten geven.