De storm spuwde ons uit op de zandvlakte van Amos Oth. Onze kinderen waren met ons meegewaaid. Lisette probeerde overeind te krabbelen. ‘Nee,’ riep ik. ‘Blijf met je buik plat op de grond! Als jullie je botten breken, is er geen hoop meer. Schuiven en voortmaken!’
Gelukkig deden ze wat ik hun opdroeg. Ze kenden mijn geboortegrond alleen van de verhalen die ik hun verteld had. We schoven verder over de spiegelgladde bodem. Zij was koud en als doorzichtig ijsglas, geslepen en gepolijst door talrijke zonnewinden, eeuwen en eeuwen geleden.
We naderden de krater die ons naar de meren zou brengen.
Ik zag een paar bekenden onder ons. En ik huilde want toen wist ik dat ik bijna thuis was.


@Han: Amos Oth is de natte droom van iedere schaatsliefhebber. (Maar als je geen schaatsen aan je voeten hebt, moet je er wel kruipen.)
@Nele. Haha! Ik houd het toch liever bij de Friese wateren. Leuk stukje!
wat ik hen opdroeg – wat ik hun opdroeg
die ik hen verteld had – die ik hun verteld had.
Aangepast. Vreselijke taalregel, maar goed. Bedankt om me erop te wijzen. Hennen worden hunnen en kennen wordt ooit misschien wel kunnen. ?
Mooi thuiskomen in het hen en hun. Mooi samenspel.
@Nele. Ach ja, je moet het maar net weten.