Tussen zes planken lig ik hier te dromen, wat vandaag en morgen nog gaat komen. Koud hebben ze me neergelegd, een paar dagen geleden. Niemand die het weet, het werd gewoon verzwegen. De motten, kevers, de wormen en de maaien, ze gaan te keer. Het kietelt verschrikkelijk. Helaas kan ik mijn kont niet draaien.
Niemand die me even bezoekt, behalve Marie van om de hoek, met een boeketje aaronskelken. En vooruit dan, ja de barman van de Gouden Tijger. Uit wroeging. Wat heeft die nog veel geld van mij tegoed. Zelfs tante Leen is mij vergeten. ‘Joh, wat hek die man lang niet gesien!’
Alleen hondje Wim, die ligt dagelijks te janken op mijn graf.
Nikkele Nelis die ooit was.

@ Mien, Levend begraven? Jakkie!
Ja, je moet er maar opkomen.
Opgedragen aan een man die zich begaf in zonnige maar ook donkere velden. Braziliaans geletterd zogezegd.
https://www.letras.com.br/wim-sonneveld/donderdag-de-tiende