Ik zie zo tegen de nacht op.
Mijn pijn, mijn verdriet, ik zie sterretjes door de slapeloosheid.
Ik haat de buurvrouw. Ze snurkt en overdag is het “Ik, ik, ik”, en al die zusters sloven zich voor haar uit.
“Ik heb het idee dat Mw. Maan zich meer en meer terugtrekt. Ze ontwijkt de groepsgesprekken en de afgesproken individuele interventies.”
Zien ze niet dat ik iemand nodig heb die MIJ ziet en MIJ hoort? Ik ben ZIEK van het alleen mij zijn.
Ik haat mijn wereld!
“Toen ik op mijn gevoel af een arm om Mw. Maan heen deed, kwamen ineens de woorden. Het was alsof het gewicht van haar ellende eindelijk van haar af viel. Het begin is er.”

@Berdien. Mooie beschrijving. Maar wie is nu aan het woord?
Heel ontroerend, Berdien, en prachtig! <3
@ Han, ik vermoed dat 2 verpleegkundigen mw. Maan bespreken in het werkoverleg (alinea's 2 en 4) en dat in alinea's 1 en 3 mw. Maan zelf aan het woord is, of althans deze teksten denkt.
Maar uiteraard geef ik mijn mening graag voor een betere, vooral die van Berdien!
Han en Ton: dat is idd de structuur van de serie. Dank voor jullie reactie.