‘Ze moet nokken, dat vuile takkewijf. Ik laat me niet in de zeik nemen. Ze besodemiert me gewoon’, dreunt in zijn hoofd. Zijn lichtgrijze shirt plakt door de zweetplekken tegen zijn behaarde borstkas. Hij voelt haar overspel als een ongekende, walgelijke pijn. De waas in zijn hoofd maakt dat hij enkel nog aan deze harde waarheid kan denken, op dit late uur van de dag, wanneer hij in haar tuin staat. De dorre takken van een plant prikken in zijn blote onderbenen. Hij rilt van de kou, maar hij merkt het niet eens. Hij focust zich op de koevoet en plaatst deze met uiterste precisie tussen de deurpost en de deur. Een mes steekt uit zijn kontzak, het maanlicht weerkaatsend.

Recente reacties