‘Ik was vijf toen me moeder betrapt werd met pakketjes hasj in d’r koffer. Drie jaar heb ze d’r voor gezeten. Ik ging van de ene tante naar de andere. Me vader? Me moeder weet wie het is, maar ik heb ‘m nog nooit gezien.
Toen me moeder vrij kwam gingen we in Amsterdam wonen. Op school werd ik gepest. Ik sloeg één van die treiterballen een gebroken neus en van de ander verzoop ik ze kat. Kwam er zo’n mokkel van Jeugdzorg praten. Op tijd ja en amen zeggen en blij was ze weer.
Kijk, gisteren gevangen voor de buit van maandag. Drieduizend knaken! Als morgen die mafketel van Bureau Halt komt, heb deze jongen ze roes al uitgeslapen.’

Leuk stukje, Katie maar wel een puntje: hash wordt doorgaans niet in bolletjes gesmokkeld, wel in plakken. Coke in condooms die als bolletjes (die ingeslikt worden).
Tussen komt en hebt (laatste zin) zou ik een komma plaatsen.
Je hebt helemaal gelijk Ewald, ik heb het al aangepast.