Lulletje rozenwater, zo word ik genoemd; ik ben eraan gewend.
‘Jij hebt geen ruggengraat, Maup,’ zegt mijn vrouw regelmatig.
Laatst nog in de kroeg kreeg ik zomaar een klap voor mijn kanis.
‘Je porem staat me niet aan,’ riep die kerel. Ik deed maar niets terug.
Ik was apetrots, toen Rooie Henkie mij vroeg iets voor hem te doen: ‘Wil je effe een bossie rozen langsbrengen bij Mientje? Houd ze goed rechtop, niet laten hangen.’
Helaas lukte dat laatste niet, toen die klojo tegen me aanduwde. Ik viel voorover met mijn bakkes in de bloemen. Nu lig ik onder bewaking in het ziekenhuis: geen gebroken rug, wel op een haar na aan de vergiftigingsdood ontsnapt. Wat een linkmiegel, die Henkie.


Ha, ha, de titel trekt al.
Ik las de titel en dacht: dat gaat over mij… Maar nee, gelukkig niet, wel een leuk verhaal, Nel.
Levja, dank!
Ewald, Ik zou niet durven. 😉
Dit stukje is bedoeld voor de schrijfwedstrijd.
@Nel, @Ewald: schrijven over jezelf is soms een beetje saai, omdat je al voortdurend met jezelf bent opgescheept, ik laat het ook liever over aan anderen. 😉
En over het stukje (en de wedstrijd): ik kan maar niet wennen aan dat rare smikkeltaaltje.
De moeite waard!
Ik moest hem twee keer lezen om het te begrijpen. Dat lag aan mij, ik ben nog niet goed wakker. Het was bepaald geen straf moet ik zeggen.
prachtig stukje, met intrige!
Nele, o_verschreef, Pr, José,
dank voor het (her)lezen en voor jullie reacties.