Negen dagen liepen Ling, Ding en Ping nu al. De heuvels uit hun geboortedorp leken in niets op de immense bergen die voor hen lagen. Verder weg louter besneeuwde toppen, dichtbij reikten de groene muren tot voorbij de hemel.
‘Waar gaan we nou eigenlijk heen broers?’ vroeg de vermoeide Ling.
Het bleef lang stil. Wat Ling hardop vroeg, dacht Ding ook al dagen. Waarheen?
Ping rolde de zijden landkaart uit. Opa Xie had hem vlak voor vertrek overhandigd.
‘Kijk, midden in deze bergen ligt een geheim wapendepot. Hier kunnen we de wapens krijgen waarmee we ons tegen draken kunnen verdedigen. Met dit tempo zijn we er met een dag of twee.’
Ling huiverde. Hij was een boerenzoon, toch geen soldaat?


Boeiend vervolg
Als ik dit lees, krijg ik gelijk zin om mijn eigen drakenserie (Dochter) weer eens op te pakken. Voor half januari gaat daar niets van komen, want een pil van 150.000 woorden moet eerst af en daarna volgt ook nog eens een redactieproces…
Spannend verhaal. Het grootste probleem bij zo’n serie blijft om het zo te doen dat elk stukje een min of meer afgerond geheel blijft vormen. Dat zal nooit bij elke aflevering even goed lukken.
In de ban van Ling, Ping en Ding zoals ooit de hobbits