Ik ben achtentwintig, ik heb jarenlang met de tanden op elkaar weerstand geboden aan De Behoefte. Daardoor bestaat mijn consumptiepatroon inmiddels voor (natte vinger) negentig procent uit noodzakelijke voeding, tenminste, als je bier rekent onder noodzakelijke voeding. Ga anders uit van zeventig procent. Ik rook niet. Ik eet twee keer per week vlees. Als ik in het benzinestation overweeg om een pak krijtjes of harlekijntjes te kopen laat ik dat na uit schaamte voor mijn kinderen.
Ik schaam mij dus voor mijn kinderen. Een emotie die voortkomt uit de handicap die ik voor het leven bij me zal dragen, net als een alcoholist. Ik schrik er niet van. Het hoort erbij. Ik ben een consumptionist.

Recente reacties