Lang geleden leefde er een jongen met een extreem lange neus in de vorm van een kegel. Hij liep altijd kromgebogen over straat. Vooral wat beneden hem was, kon hij goed ruiken. Hij rook hondenpoep, kauwgom en zweetvoeten. Beter wist hij niet.
Op een dag rook hij een bijzondere geur: bedwelmend zoet met een kruidig aroma. Midden op straat stond hij stil. Hij snoof diep en voor het eerst sinds tijden keek hij omhoog. En daar stond zij: oogverblindend mooi maar vooral adembenemend welriekend. In zijn enthousiasme stootte hij met de punt van zijn neus tegen haar buik.
Onmiddellijk kromp de kegelneus tot normale proporties.
‘Mijn prinses,’ stamelde hij, ‘jouw lichaam is een paleis vol geuren. Mag ik daarin wonen?’


Fantastisch. Hier gaat mijn hartje naar uit.
Nel wat een mooi omgekeerd sprookje van de Pinokkio! Om boven mijn bed te hangen. Ik weet niet hoe ik het hartje in mijn tekst voor jou kan zetten, maar zeer verdiend vind ik!
Geweldig!! <3
Levja, dank!
Marie, dank ook. Ja, ik moest ook aan Pinokkio denken.
(En een hartje krijg je als je op brt grijze vakje ‘de moeite waard’ toetst
Dank je wel, Marlies.
Gaaf stukje. Leuk hoe je het sprookje omdraait?
Dank je wel, Kaatje.
prachtig sprookje Nel!
Hartelijk dank, José.