“Je bent lief. Ik wil niet zonder je.” De woorden blijven steken in het verlangen, te kwetsbaar om uit te spreken. Al te makkelijk zouden ze vermorzeld worden door een blik die niet begrijpt, of verdampt door een opmerking die bedoeld is om de spanning te breken, maar in plaats daarvan het gevoel doodt.
Het enige wat ik kan zeggen is “tot morgen.”
In de beschutting van de eenzaamheid spreek ik de woorden eindelijk uit. Ze resoneren eindeloos in mijn hoofd: “Je bent lief. Ik wil niet zonder je. Je bent lief.” Ik doe mijn ogen dicht, en de woorden worden zichtbaar en tastbaar, verjagen de onzekerheid naar de randen van mijn geest.
Jammer dat jij ze niet kunt horen.

Zo lief en vooral zo mooi.
Maar ja, ik ben er eentje die denkt dat gedachten wel ‘overdrachtelijk’zijn.
Dus dan denk ik: ze hoort je echt wel.
Ik sluit me aan bij Levja 🙂