Toen we verkering kregen, waren we allebei net gestart met studeren. Het was de tijd van de simpele sweater en spijkerbroek. Volgens mijn vader droegen we allemaal hetzelfde, een uniform. Ik zag dat totaal anders, natuurlijk.
We bewogen ons in onze studentenwereldjes, die nogal verschilden. Ging het bij hem om veeteelt, tropische planten en biologische landbouw, ik bekwaamde me in functieleer, psychopathologie en verslavingsproblematiek. Ik vond zijn vrienden “boeren”, op zijn feestjes werd mij gevraagd of ik dromen kon uitleggen.
En zo groeiden we uit elkaar. Ik speldde mijn tuinbroek vol buttons, hij ging gekleed in nette broek en poloshirt. Na tien jaar samen braken we onze relatie op. Onze levenslessen werden te verschillend. Uitersten trekken elkaar niet altijd aan.

Jouw woordgebruik maakt het verhaal heel beeldend. Leuk stukje.
@Alice, dank!
Ja, ik zie jullie voor me.
Heel mooi beschreven, Lisette.
Ik zie het allemaal voor me.
<3
@Levja en @Nel, dank, fijn dat het beeldend overkomt.