De golven sloegen over boord. Bij iedere nieuwe slag kropen ze dichter tegen elkaar. Sloegen de armen om elkaar heen. Gezichten, ogen, oren, neuzen, alles stond op scherp. In hevige paniek. De hele boot rook naar angst en twijfel.
Hoe dom waren ze geweest. Achteraf. Maar ze hadden geen kant op gekund. Aan de ene kant had de zwarte zee hun aangestaard. Gulzig wachtend. Aan de andere kant had een wrede oorlogsmachine hen naar het strand gedreven. Donkere, metalen lopen, kanonnenmonden. Opgejaagd wild. Zo hadden zij zich gevoeld.
Janus hield zich vast. Aan een heel klein stukje hout en hoop. De vingerknokkels blauw van kou. Hij liet niet los. Ooit zou de boot de wal raken. Volhouden dus. Kantje boord.

De sfeer ademt wanhoop en hoop.
Leuk stukje
Mien, heel indringend geschreven. De wanhoop is voelbaar. Ook nog hoop gelukkig.
<3
Ja, de situatie en vooral de wanhoop goed weergegeven.