De Olympische Gedachte is aan het gezin Van Dalen niet besteed. ‘Alles geven, te allen tijde.’ ‘Niet verzaken.’ De oneliners vliegen als irritante fruitvliegjes over de ontbijttafel.
Muesli, diep donkerbruin volkorenbrood, yoghurt en eieren staan op het geruite tafelkleed.
Vader heeft vroeger de top wel wíllen, maar niet kunnen bereiken. Iedere wedstrijd was er altijd een jongen nèt iets sneller, nèt even slimmer.
Die andere, doffe, kant van de medaille heeft hij te vaak moeten bekijken. Hij doet er alles aan zijn zoons dat leed te besparen.
Of ze nu willen of niet.
Haastig onderweg van het zwembad naar de sportpsycholoog ziet hij de auto van rechts over het hoofd. De strijd om te leven barst in alle hevigheid los.


Weinig dingen zijn belangrijk.
Zorg dat je de juiste dingen kiest!
Een wrang einde, waaruit de betrekkelijkheid van alles blijkt.
Hopelijk verliest hij dit niet.