Twee mannen stonden klaar om elkaars hoofd in te slaan en ik stond ertussen.
Veel kans dat één van hen mij als hoofdprijs naar huis zou nemen. Ze zouden me vast als vloerkleedje in hun woonkamer leggen om mee te pochen tegen hun maatjes. Een paars harig trolvrouwenkleed gaf jagers een prestige dat ik nimmer zou begrijpen. Ik keek naar de hertenkoppen aan de muur en ik voelde me misselijk worden. Ik moest hier weg. En vlug ook.
Ik hoorde de trap zachtjes kraken en toen zag ik dat de witte prins en zijn zwarte trol teruggekomen waren. De paniek die ik had gevoeld sloeg onmiddellijk om in een bijna ondraaglijk euforische spanning. Nog even en dan was dit voorbij.


Geestig bedacht.
Klein puntje van kritiek: ‘er tussen’ moet ‘ertussen’ zijn.
@Ewald: dank, heb ik aangepast.
Het stukje begint leuk, maar die ‘bijna ondraaglijk euforische spanning’ vind ik te veel van het goede en geen sterke afsluiter. Zal misschien weer die beroemde kwestie van smaak zijn …
@Hay: dank. Je hebt gelijk, die voorlaatste zin is helemaal niet goed. Ik slaap er een nachtje over.
Ik ga een herziene versie zeker lezen, al is het maar om te kijken of ik nog een hartje kwijt kan. 😉
Leuk Nele!