‘Fijn dat je kon komen.’
‘Voor een oud-voetbalmaatje en een maaltijd met stoofaal kom ik graag.’
‘Waar wil je me over spreken?’
‘Schrijf je nog steeds?’
‘Ja, leuk hoor.’
‘Je verdient er niets mee, toch?’
‘Af en toe.’
‘Ik heb een bestseller voor je.’
‘Een bestseller? Waar gaat het over?’
‘Over mijn verslaving. Verslaving, loverboys… verkoopt als een gek.’
‘Je verslaving…? Jij… verslaafd?’
‘Niet echt natuurlijk. Ik zit aan de grond, ik heb schulden gemaakt.
‘Dat komt toch uit, joh.’
‘Welnee.’
‘Dat is raar: mensen verbergen hun verslaving en nu moet jij verbergen dat je niet verslaafd bent?
Ik heb opeens geen trek meer in die aaseters op mijn bord. Trouwens, er zit iets wits onder je neus.
Dag Wim.’


Verbergen dat je niet verslaafd bent. Mooie vondst. Gewaardeerd met een hartje.
Dank voor je leuke reactie, Ewald.
Groet,
Han
Verslaafd, ja, leuk, ik las eerst te snel en dacht dat je de loverboys zelf bedoelde, waar de verslaving over ging. Dacht nog, hahaha, wat een leuke vondst, onzin verkoopt goed 😉
<3
@ Dana. Misschien zijn loverboys ook wel verslaafd. Aan geld, macht…
Han