‘Wilt u een kamer reserveren?’
‘Nee, dank u. Deze keer blijven we niet zo lang.’
‘Wat doet u hier dan?’
‘Ik ontmoet hier mijn oorlogsvriend François. Kent u de geschiedenis van dit hotel?’
‘Nee, bent u Nederlander?’
‘Ja, en ik was hier bijna twee jaar verplicht “gast”.’
‘Hoe bedoelt u dat?’
‘In de oorlog moest ik hier in Bremen werken. Ik was dwangarbeider. Dit hotel was het lager waar we verbleven.’
‘Weet ik niets van. U moet wat bestellen of anders wegwezen.’
‘Wegwezen…? Had dat zeventig jaar geleden gezegd…. Maar ik zal wat bestellen: tweemaal de duurste maaltijd die u hebt. En ik betaal niet!’
‘Hoezo, niet betalen?’
‘Trek maar van de gepeperde rekening af die Duitsland mij moet betalen.’


Tja, als je iemand van tegen de negentig zo toespreekt, vraag je er natuurlijk om.