‘Hoe gaat het? Heb je nog tijd voor een koffie?’
Ik begin te blozen. Als er iets is wat ik haat dan is het blozen. In het dagelijkse leven ben ik niet verlegen. Gelukkig bloos ik niet vaak. Maar ja, als hij aan mij vraagt hoe het is, lijkt het alsof mijn hoofd in de fik vliegt.
Ik wil hem aankijken en antwoorden. Iets grappigs, dat ik wel koffie wil en dat het goed is. Het lukt niet. Mijn ogen blijven steken op zijn onderarmen. Hij heeft de mooiste onderarmen die ik ooit gezien heb.
‘Goed. Nee geen koffie. Te druk. Doei’.
Ik spring in mijn auto en rij weg. In mijn achteruitkijkspiegel zie ik dat hij me verbaasd nakijkt.


Zuster Annemieke,
Leuk stukje.
VmetdeVorK.
Blozen is nog niet zo erg, maar koffie drinken met HEM…
Straks verslik je je en krijg je een erge hoestbui of je knoeit op je witte blouse. De suiker gooi je ernaast en zodra je op tafel leunt plakt het aan je onderarm…