Ik wrijf over de zojuist behangen muur van onze slaapkamer en slaak een tevreden zucht. Wat schept wit toch een ruimte. Dit had ik veel eerder moeten doen, maar altijd waren er zaken die voorrang hadden.
Voordat ik naar beneden ga werp ik een blik in het gezellige, roze kamertje van Julia en in de vrolijke geel/blauwe jongenskamer van Daan. Terloops aai ik Daan, die ijverig zit te kleuren, over zijn bol.
Even later komt hij me halen; hij heeft iets voor me gekleurd. We lopen de felgroene trap op en voor onze slaapkamerdeur drukt hij twee rode handjes voor mijn ogen. ‘Verrassing!’
Als ik mijn ogen open staar ik perplex naar het grote, roodgestifte hart op mijn spierwitte behang.


Nou, als dit geen hartje waardig is, Irma.
En gelijk twee.
Leuk !
Grappig, het stukje Hulp van Han Maas gaat hier ook over.