Als een creatie van Marie Tussaud lag de vogeljager languit op de bank met een kom vol bruine appelschijfjes in zijn handen. Zijn lijkbleke gezicht vertoonde een grimas die mits enige verbeelding voor een glimlach door kon gaan.
Zij glimlachte fijntjes terug en vilde geroutineerd de huid van zijn gelaat. Stralend keek ze haar lieveling aan, opende de kooi en gaf hem het lapje huid dat eruitzag als een verlept pannenkoekje.
Commissaris Luus laat zich leiden door het afwezige.
Weer een lijk zonder gezicht.
Een rood-groen veertje in een lege vogelkooi.
Twee verdwenen daders.
Hij erkent de legende.
Dame Lea en Sylvesterpompadour horen bij elkaar.
Karma creëren ze zelf.
Iedereen die hen probeert te scheiden sterft op gelijkaardige, gruwelijke wijze.


Luus laat zich niet misleiden, zij herkent haar legendes… met een knipoog.