Een dunne laag sneeuw bedekt de kale kruin. De wind waait ijzig en hard. Gelaten staat hij daar, wachtend op warme zonnestralen. Over zijn ruwe stam beweegt een boomklever, op zoek naar dagelijkse kost.
Dan beginnen de dagen te lengen. Knoppen zwellen aan takken, van waaruit groen ontspringt. Kwetterende vogels in zijn top, het recht van de sterkste geldt. Onbewogen laat hij de wedijver toe.
De hete zomerzon verbrandt zijn bladerdek. Mussen vallen van het dak. In de schaduw spelen kinderen luidkeels met water. Waardig kijkt hij toe, terwijl insecten een lange avond tegemoet dansen.
Steeds sneller valt de schemering. Het loof kleurt alle tinten bruin. Treurig dat zijn gebladerte binnenkort weer zal vallen, ondergaat hij de kringloop der seizoenen.


@Karen, mooi verstild beeld. Direct vanaf het lommerrijke platteland. Absoluut hartwaardig.
Prachtig, @Karin
Mooi ook om juist een rode beuk te kiezen.
mooi, de jaarcyclus gezien vanuit de boomklever
Mooi beschreven, alleen lees ik nu dat die boomklever gelaten op warme zonnestralen staat te wachten. Daar zou ik iets aanpassen.
@José, je opmerking zette me aan het denken. Bevestigd door @Hay realiseerde ik me dat het leek alsof de boomklever op warme zonnestralen staat te wachten. Daarop heb ik de eerste alinea herschreven. Beter?
@Mili en @Nel, dank! Ik kijk vanuit mijn woonkamer uit op deze beuk.Vandaag was hij mijn bron van inspiratie.
@Karin
Je hebt wel wat veranderd, Karin, maar nog altijd staat die boomklever op zonnestralen te wachten. Als je simpelweg zin drie en vier omwisselt, is het denk ik opgelost.
@Hay, soms moet je blijkbaar inderdaad niet te veel nadenken. Gedaan en opgelost 🙂
😉
Boom en seizoenen, ’t lijkt zo cliché. Toch maak je er iets eigens van.
Hartje!
Chris