De koektrommel herbergt een schat aan herinneringen. Hij onderdrukt zijn impuls om het ding een noodtrap te geven. Hij wilde toch zelf schoon schip maken. Had ie maar niet moeten beginnen met het uitmesten van de zolder.
Hij opent het deksel en houdt een medaille in zijn hand. In gedachten loopt hij weer de avondvierdaagse met zijn zoontje. Hij rekent snel terug. Dan is zijn kleinzoon nu net zo oud. Behalve het geboortekaartje is dat het enige tastbaar aan hem. Zou zijn kleinzoon op hem, zijn opa, lijken? Hij schudt zijn hoofd, verjaagt de voortrazende gedachten. Zijn vrouw mag niets merken. Ze praten niet met elkaar over hun stille verdriet. Zou hun zoon ook nooit meer over zijn ouders praten?


Mooi Geertje, Herkenbaar geschreven. Zowel het verhaaltje als jouw vertelstijl maken pijnlijk duidelijk dat veel leed onuitgesproken is dat zichzelf daardoor door onbekendheid in stand houdt.
Het echte leed is zo moeilijk te verwoorden. Heel mooi weergegeven @Geertje
Prachtig en subtiel verwoord, deze stille pijn.
(moet tastbaar hier niet vervangen worden door tastbare> het tastbare?)
Je zou een onderscheid kunnen maken tussen “het enige tastbaar aan hem” en “het enig tastbare aan hem”. Het eerste zegt dat iets het enige is wat tastbaar is aan hem en het tweede dat er buiten wat volgt niets aan hem tastbaar is. Maar dat zijn ondergeschikte vragen. Die natuurlijk ook gesteld mogen worden bij zo’n mooi stukje als dit. Het enige tastbaar aan hem, een poëtische uitdrukking van wat we bijvoeglijke bepalingen noemen.
Dank voor jullie mooie reacties en Mient Adema voor zijn weergaloze uitleg 😉
Mooi geschreven dit intrieste…
voelbaar verdriet over verloren zoon.Ik gebruik eerder doodtrap dan noodtrap; zou zeggen enig tastbare