Vanachter een anderhalve meter hoge muur vloog een stuk hout door de lucht.
“Stommerd,” gilde een kind, “je hebt me bijna geraakt.”
“Blijf dan ook achter mij,” riep een vrouw, “en zoek die okkernoten.”
Ik dacht terug aan mijn jeugd.
Kastanjes rapen. Lag er niets onder de bomen, dan gooiden we stokken tegen de takken. Werd er iemand geraakt, dan eindigde het spel in een stokkenoorlog.
“Geen okkernoot te zien,” riep het kind.
“Ik zaag die rotboom om,” schreeuwde de vrouw.
“Niet doen,” mompelde ik.
De vrouw had mij gehoord en zwaaide agressief met het stuk hout.
“Waar bemoeit u zich in vredesnaam mee?”
Terwijl ik mij weg haastte riep ik terug: “Niet omhakken, alstublieft. Van okkernotenhout worden geweerkolven gemaakt.”

Mooi geschreven!
Goed verhaal, goed geschreven en verrassende, pakkende slotzin/ gedachte.