Een van de eerste dingen die mij opvielen toen ik je leerde kennen, was jouw bijzondere taalgebruik. Verkleinwoorden samen met ‘doen’ kwamen veel voor: ‘Een hardloopje doen’, ‘een slaapje doen’, ‘een zwemmetje doen’ of ‘een huiltje doen’. Maar ook: ‘happie-happie doen’ of ‘lapie-lapie doen’. Dat klonk uit jouw mond altijd zo vertederend! De keren dat ik tegen je zei dat je lief was, beantwoordde je steevast met: ‘Jij begon.’
Niet te vergeten je gekke rijmpjes! Jammer dat je die nooit wilde opschrijven. Ik had het je regelmatig gevraagd, maar ik denk dat je het niet kon: die rijmpjes kwamen volkomen spontaan in je op.
Je vond het leuk om met taal te spelen en je was er zo goed in.


Toch ook lapie-lapie! Waar zou dat vandaan komen?
Oh nee, ‘slapie doen’ vond ik juist niet leuk uit de mond van een volwassen kerel.
Ik normaal ook niet, Lousjejoesje, maar het hangt er helemaal vanaf wie die ‘volwassen kerel’ is en hoe hij het zegt. Iedereen die het van hem hoorde, vond het leuk; het hoorde op de een of andere manier bij hem.
Ik bedoel Lousjekoesje.