‘Pas op! Tegenleggers!’ brult papa door Blijdorp. Het is zijn standaardgrapje, wat hem geheid opgetrokken wenkbrauwen óf een schaterende lach oplevert.
Kennen, kunnen. Liggen, leggen. Dé valkuilwoorden voor mensen opgegroeid tussen Westland en Rotterdam. Maar papa vindt het juist leuk om er de draak mee te steken. Of misschien doet-ie het wel om te camoufleren dat hij er zelf ook moeite mee heeft.
‘Als jullie daar bij de apen gaan staan,’ geeft papa aanwijzingen voor een gezinsfoto. ‘Allemaal even lachen…’
‘Zullen we maar zo gaan staan, pap anders heb je last van tegenleggers én van tegenlegt.’
Een Rotterdamse schaterlach klinkt op.
Maar papa kan niet meelachen. Liever strijkt hijzelf met de eer. ‘Stelletje apenkoppen,’ moppert hij, ‘mij een beetje na-apen.’


Altijd leuk leggen liggen… Zie er meteen zo’n type bij 🙂
grappig 🙂
Leuk, spreekt me aan! Spraakhandicaps hebben wij hier ook (nogal) veel, in het Oosten…
@Irma leuke woordspelingen