Ik ben te argeloos, veel te goedgelovig. De eerste dag van de april laat ik dus liefst in stilte aan mij voorbijgaan. Dat is meestal buiten de hardnekkige lolbroeken gerekend die het nodig vinden om op die dag eens extra lollig voor de dag te komen. Tenminste, dat denken ze toch. Ikzelf word er alleen maar achterdochtiger van en rond het middaguur heb ik mijn buik al vol van het zoeken naar al dan niet geslaagde aprilvissen. Sinds ik iemand zich haast dood heb weten schrikken bij een goedbedoelde maar uit de hand gelopen aprilgrap, vind ik er niets meer aan. Lolbroekerij van dit niveau is niet aan mij besteed. Chagrijnig bekijk ik het menu: voor mij geen vis vandaag.


Recente reacties