Scherven, flarden, herinneringen: verdomme, wat is je naam nu weer? Veertig jaar is het geleden, maar je ogen ben ik niet vergeten. Ik ben er dan ook zo vaak in verdronken. Het is nooit wat geworden tussen ons, we ‘verschilden teveel’, zeiden ze. Het tegendeel was waar: we waren haast een eeneiige tweeling, ontelbare uren hebben we samen gesleten en we hadden een band die niet stuk kon. Dat dachten we toch.
En nu sta je hier voor mij, alsof het gisteren was. Je steekt je arm door die van mij en fluistert in mijn oor: ‘Geef toe, je weet nog alles van me maar mijn naam ben je kwijt. Ik zie het aan je ogen, je bent niets veranderd.’


Recente reacties