Mijn kleine lijf in de golven.
Springen en me laten gaan. Soms het zoute water proeven.
Samen zijn met hem. We lachen.
De zon schijnt, mensen maken plezier.
Ik kijk hem aan, hij lacht.
Ineens die hand, ik schrik. Hij betast mijn vlassige haren, daarna voelt het grijs en zwart.
‘Ik stik, ik stik, haal me naar boven’. Gelukkig, de hand trekt me omhoog. Bevrijding!
Ik wil hem verwijten maken, vertellen dat ik het niet grappig vind.
Voordat ik een hap lucht kan nemen, duwt hij me weer onder.
‘Nu ga ik dood’ denk ik. Mijn slappe lichaam wil niet meer vechten.
Rillerig en wankelend loop ik naar het strand, mijn hoofd vol vragen.
Ik hoor hem lachen.
Hij wel.


Mysterieus @liedelet. Je verstaat de kunst om mij in nieuwsgierigheid achter te laten.
Weer wil ik voelbaar schrijven bij je stukje. Maar ik zit er steeds helemaal in bij je stukjes.
Oh, ik voel mijn eigen angst voor kopje onder… Brrrr.
Mooi verteld.
Enige opmerking: De overgang tussen ‘Mijn slappe lichaam wil niet meer vechten’ en ‘Als ik terug loop naar het strand,…’ vind ik wat te abrupt. Daar had voor mijn gevoel iets tudden gehoord. Maar ik weet het, het is heel erg puzzlen binnen die 120 woorden.
tudden = tussen 😉
en puzzlen = puzzelen
Ik ga toch eens wat beter kijken voordat ik op Reageer klik!
Ik begrijp inderdaad dat het abrupt overkomt, maar het is lastig om in weinig woorden te vertellen wat er tussen ligt. Daarom ervoor gekozen om het weg te laten.
@liedelet
Misschien kun je het ook met het veranderen van een enkel woord oplossen. Als je van ‘loop’ een woord als ‘wankel’ of ‘strompel’ maakt, wordt het wat duidelijker hoe je hoofdpersoon er aan toe is.
Verstikkend geschreven liedelet!
Ik kan de ‘je’ in de tweede zin niet plaatsen.
Dit vind ik mooi: ‘daarna voelt het grijs en zwart’
Misschien was ‘me’ beter geweest. Zo lijkt het of ‘ik’ toeschouwer is.
Bedankt voor je commentaar @inge Hulsker (en de anderen).
@Hay ik heb het gewijzigd. Hopelijk komt het nu dichterbij het gevoel dat er is.
Ik denk dat je bedoeling zo beter overkomt.