Voor dag en dauw vertrok vader iedere dag naar zijn werk. Nooit voordat hij mij, zijn kleine meisje, een afscheidskus had gegeven. Stilletjes kwam hij dan mijn kamertje binnen, zodra ik zijn stekelige stoppelbaard voelde prikken werd ik wakker, strekte slaapdronken mijn armen naar hem uit, mijn ogen nog gesloten zei ik zachtjes: “Dag pappie.”
Op een morgen werd ik niet wakker van zijn stoppels, strekte wel mijn armen uit, maar hij raakte me niet aan. Zwaaide alleen. Ik zwaaide terug. Hij gleed al wuivend steeds verder bij me vandaan. Tot hij een stipje was, niet meer zichtbaar. Met een schok werd ik wakker. Papa was zonder afscheidskus weggegaan. Nooit heb ik vader teruggezien. Verongelukt!
Nog mis ik zijn ochtendstoppels.


Beste Dana, welkom op 120w! We vinden het leuk dat je meeschrijft op onze site! Als je vragen of opmerkingen hebt horen we het graag. En vergeet niet dat je altijd in gesprek kunt gaan met je collegaschrijvers via de reactiepanelen.
Groeten en veel 120 woorden lees- en schrijfplezier gewenst!
De 120w-redactie