De voordracht van de overdracht had ik natuurlijk niet goed doorgedacht, maar goed, aan de reacties van het publiek kon ik merken dat men zoiets al had verwacht. Daar stond ik dan, op een vlot in de Keizersgracht. Midden in de nacht. Oeverloos en wispelturig had men op mij gewacht. Maar ik had niks meegebracht. Alles wat ik voort stamelde had ik ter plekke bedacht. Het boegeroep klonk als een ferme klacht, iets wat je niet zomaar eventjes weg lacht. Ik voelde me verkracht. Het was pure onmacht.
Maar goed, ik ging door, geheel onverwacht. Het is waarom ik schrijf, waar ik naar smacht, want dit alles, en niks meer en minder, doe ik geheel op eigen kracht. Over voordracht.

Zoiets wordt al snel een karikatuur van een sinterklaasgedicht. Op een paar zinsneden na (zoals die ‘ferme klacht’) heb je die valkuil, althans zoals ik het lees, weten te vermijden. Dat vind ik best een prestatie!
Je hebt het toch maar getracht!
@Lijmstok Alle zinnen op dezelfde klank laten eindigen, lijkt gemakkelijker dan het is. Je hebt er een samenhangend verhaal van weten te weten. Uh … voordracht. Op een vlot nog wel
– voort stamelde
en
– weg lacht
één woord