Ik doe het, spookt het koortsachtig door mijn hoofd. Ik moet het doen. Het moet. Mijn besluit staat vast. Ik ga het doen. Het hoogste gebouw van de buurt. Veertig verdiepingen. Ik wacht totdat de deur open gaat en glip naar binnen. Nu de lift nemen. De lift, gonst het door mijn hoofd. Ik moet en ik zal naar het dak! Ik druk op de voor mij hoogst bereikbare knop. De lift zoeft omhoog. Hij stopt. De rest zal ik naar boven moeten lopen. Enige verdiepingen hoger staak ik de klim. Even bijkomen. Het is haast niet te doen. Weer op adem zet ik de klim voort. Nog twintig verdiepingen… Ik kan het niet. Niet te doen voor een vierjarige.


Oef, heftig besluit.
Misschien had de vierjarige een stokje mee moeten nemen om bij de hoogste knop van de lift te kunnen komen. Deed ik vroeger ook altijd toen ik als kleuter thuiskomend uit school de lift naar de hoogste verdieping moest nemen.
@Jelle Dit is een flauw aftreksel van wel een heel oude mop. Een mop uit de tijd voordat liftcabines de knoppen op rolstoelhoogte hadden. Het is wel de vraag of het gebouw er toen al was.
In die tijd waren het kabouters, dwergen of lilliputters die naar de hoogste verdieping wilden.
Soms waren ze met zijn tweeën en dan lukte het zelfs niet wanneer de één op de schouders van de ander ging staan.
Goed spannend geschreven. Maar wat gaat dat kind nou toch doen op die hoogste verdieping…
@Inge Ze wil niet eens naar de hoogste verdieping, ze wil naar het dak