De deur ging open en de rooklucht sloeg in mijn gezicht. Een kleine oude vrouw met lang witgeel haar keek me met grote ogen aan. We kregen geen aai over de bol of kneepje in de wangen. Ik kon me niet herinneren dat ik haar ooit eerder had ontmoet. Dit was ze dan.
Eenmaal binnen kregen mijn ouders slappe koffie in vieze kopjes. Mijn zus en ik moesten maar even een blikje fris gaan halen bij het tankstation aan de overkant. Toen we terug liepen met onze cola, zagen we hoe mijn vader nog net een koffiekopje kon ontwijken. “Kom liefjes, we gaan”, zei hij.
We noemden haar wel altijd Oma Trein, maar in feite spoorde ze voor geen meter.

Grappig stukje 😉
Bedankt! 🙂 Maar in feite ook erg triest 😉
Als het echt gebeurde wel, ja.
Maar het is toch leuk geschreven. Vooral de laatste zin als afsluiter.
Heel beeldend.
@Dirkje, erg goed!
@Gerda @Haadeke @Desiree Bedankt! 🙂
@Dirkje Je ziet kans om met woorden beelden op te roepen. Je schildert hier de wereld van een kind, dat verwachtingen heeft, en de zaken toch neemt zoals ze komen.
Opmerking:
– Toen we terug liepen
Het hele werkwoord is teruglopen.
Zie: http://www.mijnwoordenboek.nl/.....teruglopen
@Ineke Dankjewel! He, dan moet ik ergens anders weer een woord erbij plakken :p
@Dirkje Dat gaat je vast wel lukken.!
Trots
🙂
Een mooi stukje.
Om toch wat te ‘zeuren’ te hebben; die vijf bijvoeglijke naamwoorden in de tweede zin vind ik persoonlijk te veel van het goede. Maar een hartje krijg je evengoed! 😉