‘Jeetje, het zal je auto maar zijn,’ riep ik uit, toen ik in de krant een foto zag van een uit elkaar gereten auto. De inzittende was overleden, maar daaraan hechtte ik weinig belang. Tot ik die avond hoorde dat die inzittende onze buurman en huisvriend Jan-Willem was. Lang liep ik rond met een schuldgevoel dat zijn auto mijn aandacht trok, en niet zijn dood. En lang heb ik zelfmoord als eerste met treinen geassocieerd.
Het waren de jaren en talloze persoonlijke ervaringen met de NS die mijn kijk op dit voorval hebben veranderd. Ik ben ouder, harder en cynischer; noem het volwassen. Nu worstel ik met andere vragen.
“Hoe lang heeft híj eigenlijk op die trein moeten wachten?”

@Grim Mooi geschreven, op een rauwe en grauwe manier.
Opmerkingen:
– En lang heb ik zelfmoord als eerste met treinen geassocieerd.
Niet andersom?
– Ik ben ouder, harder en cynischer; noem het volwassen.
Dit is een onvolledige zin, er ontbreekt een werkwoord in het zinsdeel na de komma. Het woord ‘nu’ voor ouder kan dit probleem overigens ook oplossen.
– Nu worstel ik met andere vragen.
En dan volgt er één vraag. En die vraag staat apart, lost van de rest van de tekst. Is het dan niet zo dat er vooral met één vraag geworsteld wordt?
In het stuk worden overigens geen vragen gesteld.