Het wordt nimmer meer zoals het geweest is.
De oude man zucht diep en er glijdt een traan langs zijn rimpelige wang.
Nu zijn laatste makker is overleden, rest hem slechts eenzaamheid.
Somber staart hij over het water.
Een tenger jongetje komt naast hem zitten en vraagt of hij al iets heeft gevangen.
Verdrietig schudt hij zijn hoofd en vertelt dat hij afscheid neemt van de hengelsport.
“Wilt u het me leren, meneer? Ik heb altijd al graag willen vissen.”
Hij kijkt op en ziet de zon tevoorschijn komen.
“Kom je dan wel regelmatig oefenen, want dat is nodig, hoor.”


Alsof er een engel de stille wens van de visser komt vervullen.