De cello staat in de hoek van de kamer, iets naar voren gekanteld, alsof hij luistert. Stof ligt als een dunne sluier over het hout. In de ronding van zijn buik huist stilte, zwaar en donker als oud bloed.
Boven klinkt niets meer. Geen schuivende stoel, geen aarzelende toonladder. Alleen het breken van een lichaam dat niet meer wil. De chemo stoppen we, zei de arts, alsof stoppen ook zachter kan zijn dan doorgaan.
De strijkstok rust naast de koffer, haar haren gespannen maar zonder doel. Soms denk ik dat het hout zich herinnert hoe zij tegen hem aanleunde, hoe haar knieën hem vasthielden.
Misschien wordt hij nooit meer bespeeld. Misschien bewaart hij nu haar laatste adem in zijn klankkast.


Ontroerend mooi, Arjen.
@Arjan: wat prachtig, poëtisch droevig ook