‘Draai je niet om!’ beveelt de schaduw die zich in het daglicht probeert te verbergen. De geurinnering aan die penetrante aftershave is genoeg om hem te zien: scherpe neus, ogen waarin adertjes naar zijn ooghoeken meanderen.
‘En denk jij dat die onaardse moeder van je daar echt ligt?’ lacht zijn verwekker. ‘Heeft ze zichzelf naar het licht gestuurd, omdat ze nooit wat aan jou heeft gehad? Hoelang blijf je nog gehurkt, vol zelfmedelijden naar een grafsteen kijken, een oude ansichtkaart. Je vooruitzicht is de verstandhouding met je engel en haar Hades…’
Zijn hand omklemt de snoeischaar. Steeds steviger. Hij staat op, draait zich wild om. Een wolk… geen schaduw meer. Hij steekt zich in zijn hand, pijn verlicht zijn pijn.


Recente reacties