Er was eens een arme houthakker, hij had zes kinderen en een vrouw. Iedereen leed honger. Totdat hij per ongeluk een boom wilde omhakken: een kudde kabouters kwam boos tevoorschijn en vroeg:’Wat doe jij nou?’
‘Ik wil… de boom omhakken en verkopen. Mijn gezin heeft honger en we zijn arm.’
‘Oh, wat zielig. Wil jij toverkabouter spreken? Die tovert alles wat onmogelijk is.’
‘Natuurlijk.’
De kudde riep heel hard; ‘Elsabel, Elsabel.’
Vanuit en andere boom klonk een fluit, een dwarsfluit. De tonen leken pareltjes en de toverkabouteres zei: ‘Wat kan ik voor wie doen?’
‘Tover goud voor het gezin van de houthakker.’
Elsabel floot een prachtige, klaterende song. De goudmunten vielen als hagelstenen neer. Het houthakkersgezin leefde voortaan zonder armoede.


Dit moet niet de gewone gang van zaken worden. Dan stort de goudprijs in en rijst de inflatie de pan uit. 😉