Pasen is anders dan Kerstmis, dus komt familie hem niet halen.
Het buurthuis was in de oorlog een dansschool. Ze dronken er cichorei; alles was surrogaat.
Twee borreltjes heeft hij gehad en een netje met kunstmatig gezoete, zelfgezochte paaseieren – hoe kinds kunnen ze je maken.
Over de helft van de afstand doet hij nu twee keer zolang als toen hij de danspassen nog in zijn benen had. Een opstaande stoeptegel ziet hij niet. ‘Die ouwe stinkt naar drank,’ hoort hij en staat moeizaam op. ‘Vergeet je paaseieren niet.’
‘Gaat het?’ – hij kijkt in de ogen van een mooie vrouw. ‘Er zit een gat in uw broek.’
‘Geeft niet’ – hij is al zo lang aan iets nieuws toe, walsen zijn gedachten.


Wat verdrietig… Lang niet op z’n paasbest (en zijn familie ook niet). Hartje, ook voor de man.
Er gebeurt weer veel in zo’n klein stuk. Knap. Grt.
Leuk verhaaltje. Mooi hoe de valpartij is omschreven.
Alice, Luc en Lousjekoesje: hartelijk dank.