‘Nee, ik heb vanmiddag al gezegd dat het niet mag. Nu niet meer zeuren.’
Eline trekt de deur bijna helemaal dicht. ‘Welterusten.’
In de huiskamer kijkt Bas op. ‘Vroeg ze weer naar dat slijm-maak-apparaat?’
‘Ja.’ Met een zucht gaat Eline zitten.
‘Als ze het graag wil, kan ze het toch kopen.’
‘Wat?’ Eline kijkt met een ruk opzij. ‘Wil je echt dat ze dertig euro uitgeeft aan die troep? Ze krijgt één euro zakgeld per week. Dat is dertig weken sparen!’
‘Ze krijgt toch juist zakgeld zodat ze de waarde van geld leert kennen? Als zij na een half jaar sparen dit wil kopen, moeten we dat niet verbieden. Het lijkt wel of ze onder curatele staat!’
‘Ze is zes!’


Een kind van zes wil maar 1 ding; zakgeld uitgeven! (en zo hoort het, op die leeftijd)
@Inge: ik kan nu met mijn kinderen leuk praten over hoe zij vroeger van alles wilde hebben, en hoe ik dat verbood. Soms met buikpijn, want al die andere kinderen kregen het ook…. Gelukkig gaat alles weer voorbij
@Luc Ja, inderdaad, sparen is vaak nog te moeilijk op die leeftijd. Hoeft ook niet.
@Lisette Zo gaat dat, je kunt niet alles krijgen wat andere krijgen. En dat idee dat ‘iedereen’ het wel krijgt, blijkt meestal ook niet waar.
Inge. Een goed stukje, maar het themawoord vind ik wat gekunsteld gebruikt, zeker in dit verband.
Uit het leven gegrepen dialoog. En eens, zo hebben wij ook geprobeerd onze kinderen de waarde van geld bij te brengen. (En als ik ze zo zie denk ik dat dat aardig gelukt is).
In mijn kindertijd was een goedkoper alternatief een rage: shampoo in een plastic zakje. Smurfensnot noemden we dat. Daar kon je ook heerlijk mee friemelen.
Over rage gesproken: een jongetje riep in de drogist: “Wat gaaf, hier is de Tomagatsie! Dit hadden mijn ouders vroeger. Een apparaatje als een huisdier, die je echt moet voeren enzo en als je het vergeet, gaat ie dood!” De Tamagotchi is dus weer terug.
Dank Han, Alice en Lousje.
Haha Lousje, ja, smurfensnot maken, dat deed ik ook 🙂