‘Weet u nog wel, de Vieze Man?’
‘Ja, meneer Vreeswijk, dat was lachen hè? – wilt u een bonbon proeven soms?’
‘Oh, dank u. Heerlijk, en al dat nat… Hoe gaan de zaken?’
‘Nou, als ik mijn uurloon uitreken… Maar ik klaag niet hoor. Wat kan ik voor u doen?’
‘Uh, dat zit zo, mijn nicht Alida, kan ik haar wel bonbons in zo’n hart geven voor Valentijnsdag?’
‘U bent een dag te laat.’
‘Ja, ik dubde: is het niet vreemd, een chocoladehart voor je nicht, ben je dan een vieze man?’
‘Liefde is liefde!’
‘Jawel, maar zo langzamerhand weet ik niet meer bij welke letter ik hoor.’
‘Letter?’
‘Ja, van dat rijtje lhb… tot en met welke letter dan ook.’


Zoals altijd zijn er weer legio mensen die vergeten of gewoon niet meedoen aan.
Luc. Een keuze. Maar daar gaat het hier niet om.
Gelukkig maakt het de liefde geen bal uit.
De dag ook niet trouwens. Hartjes kunnen altijd, met of zonder chocolade.
Alice, de heer Vreeswijk twijfelt nu eenmaal.