Ik probeer een pak rijst met zo’n ‘handig’ geperforeerd hoekje open te maken. Dat lukt alleen met lange nagels, dus pak ik toch weer een schaar.
‘Ga je terug!’ – hij heeft het al gehoord: ‘witte dingetjes’. Maar hij mag niet in de keuken. Nee, een hond is niet vies, zoals ‘cultureel bevonden’. Te gevaarlijk als ik straks de rijst moet afgieten.
Eén poot over de drempel… ‘Ga je terug!’
De röntgenfoto liet duidelijk elleboogdysplasie zien, een loszittend stukje kraakbeen. Arme jongen.
Binnen een mum van tijd zijn ‘de witte dingetjes’ op. De korrels zitten op zijn neus. Hij drinkt en laat een grote boer.
‘Noel!’
Hij kijkt me aan: ‘Wat, ik?’
Ik open een pak rijst. Geen hond hoort het…


~voelbaar ~
Levja. Toch een goed gevoel.