Bij de geruisloze kassa zit een mannetje in een stofjas. ‘Antiquariaat’ staat er op de gevel. Die stofjas is echt nodig. Achter in de winkel is de bibliotheek nog meer vergeeld en vergaan dan Van oude menschen, de dingen, die voorbij gaan. Zo’n beetje het enige dat buiten de man zelf antiek is.
Mijn oog valt op een kastje met…? ‘Xylotheek,’ zegt de man.
De houten kistjes hebben de vorm van een boek. ‘Gemaakt van de boom zoals de beschrijving in het kistje dat aangeeft. De rug is beplakt met de schors. Cederhout, teakhout, eiken… Er zitten gedroogde blaadjes of naalden bij.’
‘En dit lichte kistje? Ik zie geen beschrijving.’
‘Van de triplexboom, meneer.’
‘Triplex?’
‘Geknutseld door mijn achterkleinzoon. Onbetaalbaar.’


Een lastig weekwoord, Han, maar met een beetje fantasie toch weer een mooi stukje geschreven.
Han, je bijt de spits (of is het het 😉 ) af op een sublieme manier.
Ewald, dank je wel. En dat ondanks een plaaggeest uit Amsterdam-West.
Levja, het is beide correct. Dank je hartelijk!
Ha, we zijn nu halverwege de weekwoorden van de plaaggeest uit Amsterdam-West. Nog even doorbijten dus.
Toch bedankt voor je moeite!
Mooie term, triplexboom. Grt.
Han. Om (alsnog) een duit in het zakje te doen: de ’twist’ in je verhaal is goed gelukt, want origineel, en geeft het geheel een goede narratieve spanningsboog.
De slotzin doet ’t ‘m. In een klap wordt de stoffige man een gevoelige grootvader. Mooi!
Alice, dank je wel!
@Han: grappig om te zien dat je de betekenis van het weekwoord ook hebt moeten opzoeken. Lief slotstukje.
Lisette. Ja, wie niet? Dank je.
Cesar, dank voor je duit.