Daar heb je el Boncalo weer, Platero. Het is nu te laat om nog rechtsomkeer te maken zonder hem te beledigen.
Kijk, die eeuwige eigenhand gerolde sigaret bungelt weer aan zijn onderlip.
Telkens ik hem zie, moet ik denken aan de dagen dat ik als jongeling meende indruk te kunnen maken op de meisjes die uit het naaiatelier kwamen in de calle de la Escuala door er als een filmster schijnbaar achteloos een sigaret aan te steken met een Amerikaanse aansteker.
Wat een dwaas was ik toen, Platero.
Anderen hebben bijgehouden hoe lang dat geleden is.
Ik deed het, eerlijk gezegd, graag. Maar ik merk dat ik het niet mis, zoals wel meer het geval is met het ouder worden.


Ben ik een ezel als ik aan het gedicht ‘Platero en ik’ denk?
Smeulend genot vind ik goed gevonden voor iemand die gestopt is met roken.
Ik mis als in ‘Tekens ik hem zie…’
Leuk! Met zijn eeuwige sigaret aan zijn onderlip doet el Boncalo mij aan mijn opa denken. Verwondering dat het vieze ding kon blijven hangen.