‘Van de praalwagen gevallen.’ Zo noemden ze dat in het dorp. Tom kwam niets tekort, maar had iets te veel: chromosomen. Het was niet anders, maar hij wel. Verkleed als piraat lelde hij er met een plastic zwaard op los. ‘Rot op, Tom!’
In zijn puberteit begon het te kriebelen. Door de ramen van de kroegen zag hij de jongens de meisjes zoenen. Maar hij mocht er niet in – ‘te jong’ kwam goed uit.
Als jongvolwassene konden ze hem niet meer weigeren. Maar verkleed als clown vonden zijn rode lippen geen lippen, zijn dikke tong geen tong. ‘Rot op, Tom!’ Hij begreep niet dat hij herkend werd omdat Tom nu eenmaal Tom was en nog minder dat Onze-Lieve-Heer hem miskende.


@Han: is pubertijd definitief een woord geworden? Als jij het al gebruikt?
Lisette. Puberteit en pubertijd zijn beide een zelfstandig naamwoord. De betekenis is iets verschillend. In dit stukje is puberteit beter. Dank je wel! Overigens maakt het inhoudelijk voor dit stukje niets uit.
@Han: daar heb je gelijk in. Ik dacht alleen dat ‘pubertijd’werd gebruikt die niet goed zijn in Nederlands. Daar hoor jij echt niet bij, vandaar mijn vraag.
Lisette en Han, een half jaar geleden heb ik een senryu aan dat onderwerp gewijd:
https://www.schrijverspunt.nl/senryu-dichtkunst-op-schrijverspunt/volhouder
Lisette. Ik begrijp je hoor, nogmaals dank. Pubertijd is de periode in je leven dat je puber bent. De klemtoon ligt op ‘pu’. Puberteit, met de klemtoon op ’teit’, is de (hormonale) ontwikkeling van iemand in zijn pubertijd.
Ewald. Haha, leuk dat jouw uitleg er eerder was dan mijn stukje. Maar Tom zal het worst wezen, hij heeft nog steeds geen meisje.