Het bruistablet, dat op een groot pepermuntje lijkt, mag ik in het emaillen teiltje gooien. Het sist zo lekker. Opa komt met een keteltje koud water uit de keuken. Hij wist het al: ‘Het is te heet, Jan.’ Oma haalt haar eeltvoeten gauw uit het water. ‘Pak maar een eitje, jongen.’
De stoel is dezelfde. Het emaillen teiltje ook, maar het glazuur is van hun tanden. Een oude handdoek ligt op het versleten tapijt. Oma gooit het bruistablet erin, opa lost een bruistablet tegen de hoest op, anders kan hij zijn sigaartje niet velen.
‘Het is te heet, Jan. Ik voel het tot in mijn kruis.’
‘Dat je daar nog gevoel hebt,’ hoest opa.
‘Wat?’
‘Niets.’
Mijn bier slaat dood.


Recente reacties